De begraafplaats van de ‘Jodenhemel’

 

 

 

 

 

 

Vaak loop of fiets ik langs de Machinekade, ik wist door verhalen en documenten dat daar ergens de oude Joodse begraafplaats is. Omdat deze een beetje achteraf ligt en alleen kan worden bereikt via een hek dat normaal gesloten is, was ik er nog nooit geweest. Nu het Vechtstreekmuseum de excursie ‘Sporen van een Joods verleden’ organiseerde, kon ik vanmiddag voet zetten op de begraafplaats van de ‘Jodenhemel’. Zo werd Maarssen vroeger genoemd, omdat er zich vanaf eind zeventiende eeuw grote aantallen Joden vestigden. Zij hebben een flink stempel gedrukt op de ontwikkeling van het dorp. Na een rondleiding door het museum wandelden we met de gids over het terrein. Het was boeiend te horen over de geschiedenis en de grafstenen, waarvan er

 

 

 

 

 

 

 

overigens maar vier te zien zijn. De meeste liggen – door de tijd in de zachte veengrond verzakt – diep voor ons verborgen. Leon de Bok heeft de geschiedenis van deze begraafplaats mooi beschreven op de website Dodenakkers.

Door de excursie van het museum ben ik vanmiddag een ervaring rijker geworden.

xxx

© Pauline Wesselink

Advertenties
Geplaatst in Dorp Maarssen | 3 reacties

Kasteel de Haar

Op zo ongeveer de warmste dag van het jaar logeerde mijn zus bij me. Wat te doen in deze hitte?

Na een beetje brainstormen leek het ons een uitgelezen moment om het grootste kasteel van Nederland te bezoeken. Daar binnen moest het wel koel zijn. Na de lunch vertrokken we. In 20 minuten bereikten we het dorp Haarzuilens en zette ik de auto op het parkeerterrein van Kasteel de Haar.

Het was indrukwekkend om het enorme gebouw voor het eerst in het echt te zien. Eind 19e eeuw erfde baron Etienne van Zuylen van Nijevelt van de Haar het toen zwaar vervallen kasteel, dat in 1391 al genoemd werd. Voor we de rondleiding om twee uur kregen, hadden we een half uur om alvast de Main Hall te bekijken, iets wat sommigen liggend op de vloer deden om het plafond goed te kunnen bestuderen.

Met de gids zagen we een gastenvertrek (met badkamer) en ook kamers waar het personeel sliep. Ondertussen bekeken we allerlei details en kregen we veel informatie. De baron trouwde met de schatrijke Hélène de Rothschild, telg uit een bankiersfamilie. Hij had haar ontmoet op een bal masqué in Parijs, waar hij was uitgedost als Hercules met de knots. Door dit huwelijk kwamen er voldoende middelen beschikbaar om het kasteel te laten herbouwen. Architect Pierre Cuypers, specialist van de neogotiek, bekend van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam, werd als bouwmeester aangetrokken.

Tussen 1892 en 1912 herontwierp en bouwde Cuypers met zijn zoon het kasteel. Wat er nog was van het originele muurwerk van de ruïne werd behouden, het kasteel werd vergroot, de binnenplaats kreeg een overdekking en galerijen werden toegevoegd. Het kreeg centrale verwarming, een personenlift en koud en warm stromend water in alle slaapvertrekken. Er werd ook elektriciteit aangelegd, uniek in die tijd, zelfs Paleis Het Loo had dit toen nog niet. Het vijfhoekige grondplan bleef ongewijzigd. Er kwam een grootse entree; aan die zijde van het kasteel (waar maar een verdieping was) kwamen extra etages.

Oorspronkelijk was het kasteel van een lid van de familie Van der Haar, die als dienstman van de Prins-bisschop van Utrecht een versterkt huis bouwde. Hoe het eruit zag, is niet bekend. In de 15 eeuw trouwde Josina van de Haar met Dirk van Zuylen, waardoor het overging naar diens familie. Na verwoesting van het kasteel in 1482 bij twisten tussen de bisschop en de stad Utrecht, werd het waarschijnlijk herbouwd in de vijfhoekige vorm. Stormen en oorlogen hebben hun sporen er achtergelaten totdat Etienne en Hélène het in bezit kregen.

Op de glas-in-loodramen staan afbeeldingen van belangrijke historische gebeurtenissen, zoals de presentatie van de Charter van Utrecht in 1375. Dit document waarin rechten en plichten van de stad en de verschillende standen staan vermeld, werd getekend door o.a. 15 leden van de familie Van Zuylen. Er zijn ook vele 19e eeuwse ambachtelijke decoraties, ontworpen door Cuypers, aan de wanden, het plafond en op meubels.

De aanleg van de kasteeltuinen nam landschapsarchitect Hendrik Copijn op zich. Het werd afgestemd op Cuypers’ ontwerp van het kasteel, het hele dorp Haarzuilens werd ervoor verplaatst. Er werden 7.000 grote bomen voor aangevoerd, een sensatie in die tijd.

Na de rondleiding konden we andere kamers van de familie zelf bekijken, ook badkamers en keuken. Het werd traditie dat de familie van Zuylen elk jaar in de maand augustus, later in september het kasteel bewoonde en belangrijke gasten uitnodigde onder wie Koningin Emma, Coco Chanel, Maria Callas en Yves Saint Laurent. Ook Brigitte Bardot, Gina Lollobrigida, Joan Collins, Roger Moore en Gregory Peck waren van de partij.

 

De financiële lasten van het kasteel werden te zwaar voor baron Thierry van Zuylen van Nyevelt (1932 – 2011), de kleinzoon van Etienne. In 2000 werden het kasteel en het park daarom eigendom van de Stichting Kasteel De Haar. De Vereniging Natuurmonumenten kocht het domein van 350 ha en onderhoudt de wandelpaden. Je kunt dan ook schitterend wandelen in het park, maar wij liepen slechts naar het Tuynhuis voor een kopje thee. Het was te warm. Ik kom graag een andere keer terug om alle monumentale bomen, de hertenkamp en de Riviervijver (Serpentine) te bewonderen en langs de lange Kruisvijver (Grand Canal) te flaneren.

xxx

Bronnen:

https://www.kasteeldehaar.nl/

http://www.geschiedenisbeleven.nl/kasteel-de-haar-een-familiemuseum-voor-de-baron/

© Pauline Wesselink

 

Geplaatst in Dorp Maarssen | 2 reacties

Nijenrode

Vanmiddag was er weer een excursie van Museum Vechtstreek naar een bestemming die we nog niet kenden: Kasteel Nijenrode in Breukelen aan de Vecht, in de dertiende eeuw gesticht door Gerard Splinter van Ruwiel. De naam Nijenrode betekent nieuwe ontginning.

Met een flink aantal mensen die zich net als wij hiervoor hadden opgegeven, wandelden we onder leiding van gids Rob van Mourik door het uitgestrekte park, dat oorspronkelijk als Franse tuin was ontworpen, wat nog te zien is aan de paden die haaks op elkaar staan. We kregen een mooi beeld van het kasteel, de rozentuin waarin een met goudblad gedecoreerd prieel met bovenop een (niet werkende) zonnewijzer en de lindelaan, waar de bomen zo gesnoeid zijn dat ze een bladerdak vormen. Zo konden dames in vroeger tijden buiten zijn zonder dat ze in de zon liepen en toch een witte huid houden, de mode in die tijd.

We zagen vijvers met bijzondere bruggetjes, smeedijzeren hekken, mooie vergezichten, Virginiaherten (witstaartherten), Zuid-Amerikaanse nandoes en pauwen. We hoorden de klok luiden van het kasteel, het enige in Europa met een carillon. Ondertussen vertelde Van Mourik over de bewogen geschiedenis van Nijenrode, waar vaak door de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht om gestreden is. In 1481 is het kasteel verbrand, waarna bisschop David van Bourgondië het liet herbouwen. De bevolking van Utrecht verwoestte het in 1511, de Fransen staken het in 1673 in de fik. Twee jaar daarna kocht en verbouwde de Amsterdamse koopman jhr. Johan Ortt het kasteel, waar zijn familie tot halverwege de negentiende eeuw verbleef. Er was een tijdje een kostschool gevestigd, het raakte in verval, maar werd vanaf 1907 door koffiehandelaar Michiel Onnes gekocht en hersteld naar de toestand zoals het in 1632 was en ook vergroot met een donjon.

In 1930 kwam het in bezit van Jacques Goudstikker, die zijn kunstverzameling erin herbergde. Hij kocht het prieel met de zonnewijzer met opschrift: horas non numero nisi serenas (ik tel alleen de zonnige uren). Een identiek prieel staat in de Jardin des Plantes in Parijs. Hij overleed in 1940 op zijn vlucht voor de nazi’s, die Nijenrode tijdens de bezetting vorderden. Na de oorlog vestigde Stichting Nijenrode Instituut voor Bedrijfskunde er zich, sinds 1950 is zij eigenaresse.

We zagen het rustig gelegen Plesmanhotel achter een schitterende treurwilg. Toen was het tijd voor koffie of thee in het gebouw van de Nyenrode Business Universiteit. Tenslotte mochten we naar de kunsttentoonstelling van de KPN op de eerste etage, een bijzonderheid, want alleen toegankelijk voor mensen van de Universiteit.

Bronnen:

Toelichting van de gids

E. Munnig Schmidt en J.J.M.A.M. Jonker-Duynstee, Vechtgids – Culturele gids voor de Vechtstreek. Speciale uitgave ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Oudheidkundig Genootschap Niftarlake 2012

https://www.nyenrode.nl/ervaar-nyenrode/kasteel-en-landgoed/landgoed

xxx

© Pauline Wesselink

Geplaatst in Dorp Maarssen | Een reactie plaatsen

Goudestein

IMG_9391 (1)

De tuin aan de Vecht gezien vanaf de toegangstrap van Goudestein

Elke keer wanneer mensen voor het eerst op bezoek komen in onze nieuwe woning, nemen we hen mee naar de dichtbij gelegen buitenplaats Goudestein. Begin 17e eeuw werd het oude Goudestein in opdracht van Joan Huydecoper, heer van Maarsseveen en burgemeester van Amsterdam, aangebouwd aan de door zijn vader gekochte boerderij De Gouden Hoeff die hij geërfd had. De architecten waren Jacob van Campen en Philip Vingboons.

Geinspireerd door een studiereis naar Italië ontwierpen zij de buitenplaats in de Hollands classicistische stijl. Hoe het huis eruit zag weten we dankzij Jan van der Heyden, die het in ca. 1680 schilderde. In 1754 werd het afgebroken en kwam het huidige neoclassicistische Goudestein ervoor in de plaats.

Het is nog steeds een lustoord: de schitterende tuin vol bomen, een grote vijver met een fontein en het huidige gebouw dat in opdracht van Sophia van der Muelen, de weduwe van een latere Joan Huydecoper, werd neergezet. In 1955 kocht de gemeente Maarssen het van de familie, zes jaar later kreeg het de bestemming van gemeentehuis.

Toen ik vorig jaar – ik woonde pas net in Maarssen – daar rondliep, vroegen twee mannen mij of ik van hen een foto voor het gebouw wilde maken. Ze waren er jaren geleden getrouwd en komen er nog elk jaar op hun trouwdag heen, ditmaal op de fiets vanaf Den Haag. Ze bleven een nacht in een hotel met zwembad slapen.

Afgelopen zondag was er door het Vechtstreek Museum een rondleiding georganiseerd door Goudestein. Ik kende het gebouw nog niet van binnen en vond het een mooie gelegenheid het te zien. Drie mensen zouden die dag bij ons komen lunchen, gelukkig vonden zij ’t leuk om mee te gaan. De groep verzamelde zich op deze warme, zonnige julidag in de Oranjerie, we liepen gezamenlijk naar de Trouwzaal, waar gids Ad van Dongen zijn verhaal vertelde over de geschiedenis van de buitenplaats. Vervolgens kregen we een rondleiding met ons veertienen. 

Beneden konden we verschillende standbeelden bewonderen van onder andere de zoon van de eerste Joan Huydecoper, die dezelfde naam als zijn vader droeg en leefde van 1625-1704. Hij was “Heere van Maarsseveen en Burgemeester en Raad der Stad Amsterdam”.

Op wikipedia vond ik de volgende informatie over hem, die dertien maal burgemeester van Amsterdam was (zijn vader was dat zes maal). ” Joan Huydecoper hield jarenlang een dagboek bij, waarin hij veel bijzonderheden noteerde, met wie hij dronk en rookte, hoe laat hij thuis kwam, en naar welke kerk hij ging, wat hij als geschenk had gekregen, meestal etenswaar, zaad of planten, maar ook een papegaai en een aap, die alle glazen omgooide. “De dagboeken waren vooral een lopende balans, waarin credit en debet werden gewogen – niet op het financiële, maar op het sociale vlak.”[7] Huydecoper was geobsedeerd door voortplanting en was daarin opmerkelijk openhartig; opvallend is zijn kwantitatieve benadering van het onderwerp. Hij vermeldde in 1659 steeds als hij met zijn vrouw de liefde had bedreven.

Een bordje bij een mooi schilderij van een volgende Joan Huydecoper (1693-1752) vermeldt dat hij Ridder van het Zweedse Rijk was en Heer van Maarsseveen, Neerdijk en Nigtevecht. In 1749 was hij burgemeester van Amsterdam en het was zijn weduwe die het nieuwe Goudestein liet bouwen.

Behalve de oude schilderijen die we konden bewonderen, hing er op de eerste etage ook een modern schilderij van Hélène Grégoire: Dorpsgezicht met de ophaalbrug over de Vecht in Breukelen. Zij blijkt een zus te zijn van de bekende beeldhouwer Pépé Grégoire, wiens naam ik leerde kennen door zijn beeld op het graf van Jules Annegarn (dat ik beschreef in het boek Paradijs Zorgvlied).

Op zolder zag ik een dagpauwoog voor een raam fladderen. Iemand uit de groep kon hem pakken, ik opende het raampje en zo redden we de vlinder van de hongerdood.

Het was een leerzame en genoeglijke rondleiding, waarbij we een mooi inkijkje kregen in de geschiedenis van de Vechtstreek en de connectie met Amsterdam. Ik zal nu met andere ogen naar de prachtige buitenplaats kijken wanneer ik weer eens een wandelingetje door het park maak.

 

NB De volgende info staat op een bord in de tuin van Goudestein:

Goudestein is in 1754 gebouwd op de plaats van een eerder buitenhuis met dezelfde naam. Het is een zeldzaam voorbeeld van een nog complete buitenplaats aan de Vecht met het huis, een park, een koetshuis met dienstwoning, het vroegere buiten Silversteijn, een bakhuisje, een oranjerie en een vijver. De tuin is grotendeels in Engelse landschapsstijl. In het voorjaar bloeien er diverse stinzenplanten. Aan voor- en achterzijde van de tuin bevinden zich twee fraaie achttiende-eeuwse toegangshekken. Het park is vrij toegankelijk. Het huis is gebouwd in de stijl van de Hollandse barok. Dat is onder meer te zien aan de fraaie ingangspartij met bordestrap, gelegen aan de Vechtzijde.

Oorspronkelijk lag hier een boerderij met de naam De Gouden Hoeff, in 1608 gekocht door Jan Jacobszoon Bal. Hij noemde zich ook wel Huydecoper. Zijn zoon, Ridder Joan Huydecoper van Maarsseveen, was koopman en burgemeester van Amsterdam. Hij was schatrijk geworden door zijn aandeel in de VOC. In 1628 laat hij de boerderij verbouwen tot een van de eerste buitenplaatsen langs de Vecht. Hij ontving hier beroemde dichters en andere kunstenaars. Tot 1955 was Goudestein in handen van de familie Huydecoper en Royaards. Tot 1938 werd het bewoond, daarna onder meer gebruikt voor de Sociale Jeugdzorg. De gemeente Maarssen kocht het in 1955 en nam het na een grote restauratie in gebruik als gemeentehuis in 1961.

Bronnen:

E. Munnig Schmidt en J.J.M.A.M. Jonker-Duynstee, Vechtgids – Culturele gids voor de Vechtstreek. Speciale uitgave ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Oudheidkundig Genootschap Niftarlake 2012

Juliette Jonker-Duynstee & Steven de Clercq, Gouden Bochten – Amsterdam en de Vechtstreek. Stichting het Vechtsnoer/Maarssen/2015

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joan_Huydecoper_van_Maarsseveen_(1625-1704) https://www.delta.tudelft.nl/article/vriendschap-als-sociaal-kapitaal

xxx

© Pauline Wesselink

 

 

Geplaatst in Dorp Maarssen | Een reactie plaatsen

De Wilde Stad

Op een van de eerste zonnige dagen van deze maand reed ik ’s middags in een heerlijk lege sprinter van mijn dorp naar de stad. Het sporten met mijn club dat ik al jaren doe, vormt de aanleiding. Wat ik dan nog meer in de stad aan activiteiten onderneem, bepaal ik op de dag zelf. Omdat ik druk bezig ben onze voortuin in te richten, vertrok ik pas tegen drie uur. Na bij het Amstel de gebruikelijke OV-fiets te hebben gehuurd, nam ik de rustige Weesperzijde-route. Al snel genoot ik van mooie ‘grachten-plaatjes’.

Ik was niet de enige die zich koesterde in het zonnetje. De sfeer was lenteachtig, terwijl we toch tussen twee ijsperiodes in zitten en mensen zich onlangs nog op schaatsen over de stadse watervlaktes voortbewogen. Rustig peddelde ik langs verschillende grachten en stapte soms af om de leuke zijstraatjes te bekijken (Ik geniet eigenlijk meer van mijn voormalige woonplaats dan toen ik er woonde). Nog ff wandelde ik door de drukkere Kalverstraat met op De Munt een poster ivm de naderende gemeenteraadsverkiezingen. Toen was het tijd voor de film die ik deze keer had uitgekozen en die gedraaid werd in een van mijn favoriete bioscopen – de oudste van Amsterdam – De Uitkijk. Een glas gemberthee vanuit het erin huizende cafeetje nam ik mee naar mijn zitplaats. Er zaten zeven mensen in de zaal.

Na met plezier en bewondering te hebben gekeken en geluisterd (prachtige muziek) naar De Wilde Stad met in de hoofdrol Abatutu (interessant om te zien hoe een kat een filmrol vertolkt), fietste ik op m’n dooie akkertje richting de Cuyp, smikkelde een broodje curry-ei op bij Tjin’s Toko en kwam op tijd aan bij mijn gymclub. Aangezien ik de medesporters al jaren ken, was er eerst een hoop bij te praten. Na afloop van onze nuttige oefeningen ging ik op de automatische piloot via Amstel en Utrecht naar het station van Maarssen. Van daaraf fietste ik – op m’n eigen rijwiel – dwars door het dorp, waar ik enkele vriendinnen tegenkwam na afloop van hun koorrepetitie. Home sweet home. 

xxx

© Pauline Wesselink

Geplaatst in Dorp Maarssen | Een reactie plaatsen

Twee manen op Oudejaarsavond

 

Oudejaarsavond werd al dagen tevoren aangekondigd met knallen die ons op elk moment van de dag opschrikten. Zo kan onze kat vast wennen aan wat nog komt, dacht ik optimistisch.

De 31e had ik met negen vrienden afgesproken om van Baarn naar Hollandsche Rading te wandelen. Het was een milde dag; een jarige trakteerde onderweg op oliebollen, die we buiten oppeuzelden. Nadat de regen na een langzame inzet steeds heviger werd, vluchtten we het eerste café in Lage Vuursche in voor warme koffie, waarna we de wandeling enigszins opgedroogd vervolgden. Bij thuiskomst zag ik een zakje met vier oliebollen aan onze deur hangen. Leuke geste van een vriend die ze elk jaar bakt voor zijn kinderen.

Terwijl ik vroeger de laatste avond van het jaar liefst feestend op de dansvloer doorbracht, doe ik nu hetzelfde als mijn ouders op latere leeftijd deden en wat ik toen reuze saai vond. Op Oudjaar thuisblijven en tv kijken. Sinds mijn vriend en ik katten in huis kregen vierden wij Oudejaarsavond in ons huis in de stad scrabbelend met buren en vrienden. Dit jaar zaten we voor het eerst met z’n tweeën in onze dorpswoning voor de televisie. Angstig door het geknal verschanste onze huidige cyperse kater Ollie zich al vroeg op de avond onder het bed.

Net als Ollie ben ik geen vuurwerk-enthousiast. De waarschuwingsspotjes die ik in mijn jeugd elk jaar eind december op tv zag met afschuwelijke beelden van door vuurwerk aangetaste ogen en afgerukte lichaamsdelen van slachtoffers wekten mijn weerzin op. Als je weet waartoe het afsteken van vuurwerk kan leiden, waarom dat doen? In die tijd had ons gezin ook katten die zich doodsbang verstopten op Oudejaarsavond.

Voor twaalven tijdens het kijken naar Youp kon ik mijn ogen niet meer openhouden en dook het bed in, waaronder Ollie zat. De rotjes en vuurpijlen roerden zich zo hevig dat ik niet echt in slaap viel. Ik mijmerde over het afgelopen jaar. Beiden zijn we enthousiast over onze migratie na 25 jaar in dezelfde woning in de Amsterdamse Rivierenbuurt te hebben doorgebracht. Mijn vriend verdedigde nog maar pas zijn proefschrift in de Pieterskerk in Utrecht. Ik schoof de gordijnen opzij waar doorheen het siervuurwerk vaag schitterde en verbaasde me over de gigantische hoeveelheid die mensen hier de lucht in schieten. Het leek of het tot in de buurtuinen werd afgevuurd. En ik zag twee bijna volle manen. Ik voelde me Aomame, een van de hoofdpersonages in 1q84, die twee manen aan het firmament onderscheidde.

Die avond was de tweede maan er nog steeds. Beide manen waren bijna vol, het scheelde nog maar een dag of twee. Met een glaasje cognac in haar hand staarde Aomame naar de manen, de kleine en de grote, als naar een puzzel waarvan de oplossing haar ten enenmale ontging. *

Toeval? De manen die ik zag, zouden op 2 januari – twee dagen later – vol zijn. Hier is minder afleiding zodat ik met volle teugen kan genieten van Murakami’s trilogie. Maar saai, nee dat is het niet. De dorpelingen vierden de overgang naar 2018 zeker niet minder uitbundig dan ik van de Amsterdammers gewend was.

Ollie – weer bijgekomen van de vreselijke Oudejaarsnacht – op 2 januari 2018

 

 

 

 

 

 

 

* Bron: Haruki Murakami, 1q84. Atlas Contact 2013, pag. 300 (vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven)

xxx

© Pauline Wesselink

Geplaatst in Dorp Maarssen | 1 reactie

Mis je Amsterdam niet?

Mis je Amsterdam niet? Een terugkerende vraag. Al eerder liet ik blijken dat dat niet het geval is omdat ik er elke week vertoef. Mijn vriend had me dit keer het advies gegeven zo vroeg mogelijk bij De Hermitage te zijn omdat Hollandse Meesters uit de Hermitage – Oogappels van de tsaren een erg populaire tentoonstelling is. Ik kon na aankomst direct doorlopen en genoot niet alleen van de zes Rembrandt’s maar ook van de andere schilders. Subtiele werken van Gerard Dou vielen me op. En een boeiend schilderij van Paulus Potter – De straf van een jager met de rechtbank van de dieren, een soort Animal Farm avant la lettre.

Detail uit ‘De straf van een jager’ van Paulus Potter

Bijna aan het einde van de eerste etage – ik was al twee uur aan ’t kijken en luisteren naar de commentaren van Jan Six en Geert Mak – werd mijn naam geroepen. Het bleek een bevriende beeldhouwer te zijn die met zijn vrouw de expositie bezocht. We belandden al snel in het museum-restaurant. Na afloop van onze koffie vroegen ze of ik mee wilde naar de film Loveless. Zij vertrokken naar huis, ik wilde nog rustig de Meesters op de tweede verdieping bekijken. Om kwart over drie had ik het gezien en stapte weer op m’n OV-fiets. Onderweg besloot ik een tweede koffie te halen in mijn favoriete café ‘Bakken met Passie’ in de Albert Cuypstraat. Voor het raam gezeten dronk ik latte met een citroen meringue taartje. Iets over vier kwam ik gelijk met m’n vrienden aan bij Rialto, waar we de heftige 5 sterren film van Andrej Zviagintsev ‘ondergingen’. Zijn eerdere film Leviathan hadden wij ook in deze bios gezien. We fietsten na afloop naar hun woning aan de Weesperzijde, waar ze me trakteerden op pompoensoep en broodjes met haring. En toen was het tijd voor de aanleiding van mijn Amsterdam-uitstapjes op woensdag. Na het sporten met mijn club in de Rivierenbuurt, bracht de OV-fiets me terug naar ’t Amstelstation. Een half uurtje later ademde ik vanaf mijn eigen fiets de frisse dorpslucht in en voelde me tevreden.

xxx

© Pauline Wesselink

 

Geplaatst in Dorp Maarssen | 1 reactie